Vorige dienst

 

Teksten zoals voorbereid door ds. Ad Alblas, voor de Cantatedienst op 26 maart 2017 in de Pieterskerk te Leiden. Uitgevoerd wordt BWV 80, ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ van Joh.Seb. Bach, door het Leids Projectkoor en het Arezo Ensemble o.l.v. Csillag Béni

 Voorganger is ds. Ad Alblas

Organist is Bert Mooiman

Inleidend orgelspel: Ricercar-J.P. Sweelinck (1562-1621)

Begroeting door ouderling Fennand van Dijk

Samenzang: Psalm 118: 1+3

Aanroeping en groet

Samenzang: Psalm 118: 7+8+10

 

Inleiding

Het is een bijzondere avond.

Voor de laatste keer ben ik uw voorganger bij de Leidse cantatediensten. Niet dat ik het zat ben. Ik ga deze zomer met emeritaat, vandaar.

Voor deze gelegenheid mocht ik de uit te voeren cantate  kiezen. Lastig. Ik heb in mijn ruim 150 cantatediensten zóveel moois gehoord, opgeslagen, in m’n hart bewaard…

Reden voor de keuze van Cantate 80 is dat deze cantate voor het Reformationsfest gemaakt is. Dat past bijzonder goed bij dit jaar. We gedenken van oktober ’16 tot oktober 17 dat 500 jaar geleden, op 31 oktober 1517, de Reformatie

begon. Met enkele al of niet historische hamerslagen sloeg de opstandige monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de slotkapel van Wittenberg. Dit ontketende een vernieuwingsbeweging, die na 500 jaar nóg steeds kleur geeft aan het christelijk geloof.  Bij die beweging hoort een lied, een geloofslied gemaakt door diezelfde Maarten Luther: het vast bekende ‘Een vaste burcht is onze God’.   Oók in mijn geloofsgeschiedenis speelt dit lied een rol. Als kind kreeg ik er de tranen bij in de ogen: wat een geloof, zo vol overtuiging, zoveel kracht… Hoewel ik het hier en daar wel wat over de top vond, en bij sommige zinnen stiekem m’n mond hield. Misschien is het ook wat té parmantig, dacht ik later. Zeker op de oude melodie, een vervorming uit de 18e eeuw. Die met die stoere saaie, even lange noten in marstempo. Al was het even wennen voor velen: wat een verademing is melodie en ritme zoals Luther die op tekende.  Voor een Reformationsfest in Leipzig rond 1720 heeft Bach een ouder werk omgebouwd en uitgebreid, tot de huidige Cantate 80. Daar is interessante informatie over, maar vanavond ga ik vooral voor de inhoud. Bijzonder is dat we ná de hele uitvoering en een korte stilte nog één keer een couplet, deel 5, met z’n allen gaan zingen, koor en wij, als ad- hoc-koor begeleid door orkest, speciaal op mijn verzoek...

We gaan de cantate beluisteren en méébeleven in de oorspronkelijke setting van een kerkelijke rite in een kerkgebouw. Met gebeden, Bijbellezingen die passen bij de muziek, een overweging, wel heel anders en veel korter dan de preek van toen.

 Om in te dalen in de sfeer van Luther bid ik een avondgebed van Luther, woorden met enorme impact.

Gebed: ‘Blijf bij ons, heer, wanneer het avond wordt’

Heer, blijf bij ons, want het is avond
en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw woord en sacrament.
Blijf bij ons wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid. Amen.

Schriftlezingen: Psalm 46: 1-6

                          Lucas 10: 5-8

                          Openbaring 21: 1-7

Samenzang: Gezang 993

O V E R W E G I N G

Dierbare bezoekers van de Cantatediensten,

u heeft mij gemaakt tot wie ik ben. U heeft mij gebracht tot een dieper beleven van de oude geloofsmuziek met teksten. Me uitgedaagd om te ontdekken wat die ons nu te vertellen hebben. Met Bach als sleutelfiguur. Zijn kennis en kunde, zijn inspiratie, doortrokken van zijn worsteling met het geloof. Ik kan me goed vinden in het loflied op Bach van Willem Barnard. In het nieuwe Jeruzalem ziet hij voor zich: “Luther zingt er als een zwaan, en Bach, de grote Bach, die mag de maat der eng’len slaan, de lieve lange dag”. Deze cantatediensten doen een appèl op mijn muzikale, theologische en predikantservaring. Het is een spannend avontuur om telkens weer een cantate te beluisteren, zodat die helemaal in je hoofd zit. De uitdaging aan te gaan om de, soms weerbarstige, teksten toe te lichten vanuit hun ontstaanscultuur. Daar zo nu en dan zorgvuldig afstand van te nemen, om ruimte te maken voor eigentijdse bijbeluitleg en geloofsverstaan. En dan de diensten voorgaan, in eeuwenoude kerken van Leiden, de Pieterskerk en de Hooglandse. Ik ben zo gelukkig dat ik dit voor en met u heb mogen doen!  Bij dit topgenot in cultureel en historisch opzicht voegt zich mijn geloof. Met mijn toelichting op Cantate 80 laat ik u ook in mijn ziel kijken. Je door-leeft om te be-leven. De keuze van de gelezen Bijbelfragmenten zijn niet alleen heel passend bij de cantate. Ook neem ik u daardoor mee naar mijn bronnen. Vat mijn geloof maar op als ‘spiritualiteit’: niet dat ik het allemaal zo goed weet, maar dat ik ervaar. Ik beleef m’n leven in een méér-dimensionaliteit. De hemel niet ver in het heelal maar onder ons, ik durf het haast niet te zeggen: in ons. Zoals de geloofsgetuigen in Psalm 46 en Openbaring 21 dat ervaren. Zoals we zongen: “Kerk en wereld/hemel en aarde samen, ja en amen, ja, uit ja en nee”.

Dít over Cantate 80: wat we horen behoort tot de absolute hoogtepunten uit het cantate-werk van Bach. Zoals vaker bewerkt Bach eigen werk tot iets nieuws. Vervolgens bemoeiden zonen van Bach bemoeiden zich er tegenaan. Daardoor is het niet goed vast te stellen hoe Bach het dacht. Misschien deed hij het ook niet altijd hetzelfde. Dat hangt mede af van beschikbare uitvoerende musici; dat is even onvermijdelijk als verrijkend. 

Zet je schrap: het openingskoor knalt er in. Zonder inleiding. Op de hoogste toon! Om de boodschap ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ direct de ruimte in te slingeren. Overgenomen door steeds meer stemmen en instrumenten. Tot een overweldigend, doorleefd, rakend, spel van klanken, waarmee de woorden doordringen tot diep in je ziel. Bijzondere lading geeft het besef dat we in deze melodie en dit ritme de eigen hand van Luther zien. Zó wilde híj het.

We hebben weer contact met de ziel van Luther. Geen ‘marslied van protestantse christendommelijkheid’, maar ranke melodiek en ritmiek. Met de inzet hoog op de octaaf als procla-matie. Let op, dít is de boodschap: Ein feste Burg ist unser Gott.  De daarop volgende dubbel-aria door bas en sopraan vind ik één van de mooiste: de Christusstem in dialoog met de gelovige. Niet exclusief: “alles was von Gott geboren, ist zum Siegen auserkoren”. In het recitatief aanmoedigingen om dichtbij Christus te blijven. Gevolgd door een opmerkelijk intieme aria als liefdevol liedje van verlangen, met volle inzet en zuiverheid.  Het 5e deel geef ik vooral aandacht, omdat we dat straks mee mogen zingen. Het is ook een couplet uit het Lutherlied. Veelal verbonden met het moment dat de strijdvaardige Reformator zich moest verantwoorden voor de Rijksdag te Worms. Hij liet zich door vrienden niet tegen houden, ondanks het levensgevaar bij zijn te verwachten vogelvrij verklaring: “Al waren er zoveel duivels als dakpannen in Worms, ik zou toch gaan!” Daar past dit couplet wel mooi bij, maar op grond daarvan is het niet gemaakt. Dat weten we zeker: het Lutherlied is van latere datum. Daardoor is het niet de paus die hij met ‘Der Fürst dieser Welt’ aanduidt, maar gaat het dieper. Noem het de satan. Het kwaad, in allerlei gestalten om je heen en ook ín jezelf. Je verstaat er maar met moeite mee. Dit moet je bedenken, als je de woorden ook wat ‘groot’ vindt. Zowel Luther als Bach brengen dit thema ‘warm’, vanuit eigen beleving. De strijd kennen ze. Ook de ervaring dat je door een enkel woord, door enkel akkoord, door één toon, er bovenop komt.  Het zou me wat waard zijn om hét lied van de Reformatie  uit de sfeer van strijd met anderen te halen. Het vooral samen te zingen, protestanten én katholieken. Samen met iedereen die dit herkent. Die zich wil laten inspireren tot een Reformatiebeweging tegen wat niet goed is IN jezelf.  Zoals de moslim Mohammed el Bachiri, weduwnaar sinds de aanslag vorig jaar op het Metrostation Maalbeek in Brussel. Het antwoord op de ramp die hen overkwam legde hij vast in een boekje met als titel en boodschap: een ‘jihad van liefde’.  Daarmee heb ik ook mijn diepste drijfveer benoemd, en naar mijn inzicht dé geloofsboodschap van de joods-christelijke traditie, én van islam en andere godsdiensten en levensbeschouwingen: met Bijbelwoorden uit het oude en nieuwe testament: 'wees veilig door de liefde, wees liefde!’  Dat God een burcht genoemd wordt, duidt op veiligheid en bescherming. Dat is belangrijk. Dat geeft vertrouwen in het bestaan. Dat is de stevige grond voor je menszijn. Religie verbindt met het Hogere, met God, als liefdeskader voor je bestaan. Dat geloof ik, dat ervaar ik. Alleen: je hebt dan geen burcht meer nodig! Die afgeslotenheid wekt benauwdheid. Naar binnen gerichtheid is het laatste wat geloof wil bereiken. 

Dat is wél, met Psalm 46: veiligheid, hulp, voeding, energie. Als er ergens een wal tegen opgeworpen wordt is dat tegen angst en vijandschap. Die maakt mensen lelijk. Dat is de duivel in eigen persoon. De Allerhoogste verbindt zich niet met een strijd winnen maar met overwinnen van strijd. Daardoor worden muren onnodige hindernissen geworden, staan tussen mensen en groepen in. Zó’n burcht dus niet! Wel een veilig thuis. De stad als woonoord van veel mensen, beeld van SAMENleving. Met de symobolische levensrivier dwars door de stad, waarbij kinderen spelen, waaruit allen putten, onuitputtelijk. Zo’n samenleving, zo’n stad zie ik voor me, als visioen, als doel waarvoor het waard is je in te zetten met al je kracht. Dat geloof ik, dat doe ik, met alle beschikbare middelen: religieuze, culturele, sociale, artistieke en spirituele, wát zich maar aandient.  Natuurlijk loop je direct tegen de harde werkelijkheid op.

Is het niet naïeve dromerij? De werkelijkheid is zo anders. Dat weten de geloofsgetuigen als geen ander. Toch komen ze met zulke beelden, zoals in Openbaring van het nieuwe Jeruzalem. Dat inderdaad niet ‘van deze wereld’ is, maar uit de hemel neerdaalt: een parallel universum dat ervaarbaar wordt, zich meldt, binnensijpelt en – dringt. Let op dat in dat visioen de mensen niet naar de hemel gelokt worden, maar dat de hemel neerdaalt bij mensen. Dat is precies het verhaal van profeten, dat is de weg van Christus. Die andere werkelijkheid, van licht, van liefde, die van God, is in beweging. Een groeibeweging, is te groot voor de hemel, dijt uit als het heelal, omvat ook deze aarde, om bij ons en in ons te zijn. Dát maakt alles nieuw! Dat houd ik voor ogen, en het maakt met blij. Dat geeft me iets onoverwinnelijks. Die wereld vol duivels waar het couplet over zingt, moet je, denk ik, terdege vrezen, maar je er niet door laten intimideren. Inderdaad ‘So fürchten wir uns nicht so sehr’. Niet angst maar liefde als drijfveer. Ontvang liefde, wees liefde. Daarmee breng je de hemel dichterbij. Dat is Jezus’ levenswijsheid: ‘Als je iemand ontmoet, als je ergens komt, wees lief, zeg éérst VREDE. Als er maar iemand is die dat herkent heb je dubbele vrede. Ook als niet iedereen meekomt blijf je in zo’n huis. Zo niet dan zorg je goed voor jezelf en je kwetsbaarste geheim en je trekt je terug. De gegeven vrede raak je nooit kwijt, die groeit alleen maar.  Hieraan denk ik straks bij de laatste regel van dat couplet, dat we na de cantate samen mogen zingen, over het weerstaan en overwinnen van de duivels.

‘Ein Wörtlein kan ihn fällen’. Welk woordje wil je weten. Dat is natuurlijk: LIEFDE, de liefde die je ontvangt en geeft. Dan wordt de vaste burcht hemelse omhelzing, van de aarde, van u en mij!

Samenzang, met koor en orkest: deel 5

DIENST VAN DE GEBEDEN

Als eindgebed bidden we mee met een reformator ver voor Luther, in woorden die nauw aansluiten bij het Evangelie van vanavond. Explosieve woorden, die je blijven hervormen…

Gebed

Heer, maak me tot een instrument van uw vrede.

Laat me liefde zaaien waar haat is, vergeving waar men elkaar kwetst, geloof waar twijfel is, hoop waar wanhoop is, licht waar duisternis heerst, vreugde waar droefheid is. O, Goddelijke meester, geef toch dat ik er meer naar streef te troosten dan getroost te worden, te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden.
Want door te geven ontvangen wij, door te vergeven verkrijgen wij vergeving, en door te sterven worden we tot eeuwig leven geboren.

Orgelspel en collecte

Samenzang: ‘Tussentijds’ 216 (komen ooit voeten gevleugeld mij melden de vrede)

Zegen

Improvisatie op A-D door Bert Mooiman

Toespraak door Huib Kruijt

Dames en heren,

Namens het bestuur van Stichting Cantate Domino is het mij een groot genoegen om op dit moment enige woorden tot u, en in het bijzonder tot onze voorganger, ds. Alblas, te richten.

De aanleiding is, zoals u bekend, dat vandaag de laatste cantatedienst van ds. Alblas als vaste voorganger was.  Precies driehonderd jaar geleden vond de laatste cantatedienst van iemand anders plaats, namelijk van Johann Sebastian Bach zelf, in Weimar. In 1717 heeft Bach zijn ontslag als concertmeester aangeboden aan de hertog van Saksen-Weimar. Bach werd zo gewaardeerd dat de hertog hem liever niet liet gaan en hem daarom eerst een maand in de gevangenis liet verblijven. U zult begrijpen dat de wereld in driehonderd jaar wel zoveel is veranderd dat we straks niet oversteken naar het Gerecht om daar in een kelder onze dominee vast te zetten. Onze waardering willen we straks graag op een andere manier tonen. Overigens, Bach vertrok in 1717 uit Weimar om kapelmeester van de vorst van Anhalt-Köthen te worden en hij schijnt daar de gelukkigste jaren van zijn leven te hebben gekend. En dat terwijl het calvinistische hof geen behoefte had aan cantates van Bach. Dat is toch wel verwonderlijk, maar dit beeld (gelukkige jaren zonder cantates) geef ik dan maar graag ter overweging aan Ad voor de komende tijd mee.

Beste Ad,

Cantatediensten zonder jou zijn moeilijk voorstelbaar. Al meer dan 25 jaar ben je onze vaste voorganger. Sterker nog, je bent een van de oprichters van de stichting die de cantatediensten organiseert.

Een stichting met het plechtig geformuleerde doel: de organisatie van culturele liturgische manifestaties die het gebruik van monumentale kerken bevordert. Samen met de toenmalige directeur van de Pieterskerk, Ton Boon, en met mevrouw Liesbeth Haveman en mevrouw Lenie de Geus vormde je bij de oprichting op 27 november 1989 het bestuur. Je activiteiten in de bestuurskamer zijn waarschijnlijk minder bekend dan je voorgaan op de kansel en daarom sta ik er graag even bij stil. In de beginjaren waren er maandelijks vergaderingen, er was regelmatig overleg met de koren, er waren geruime tijd zorgen over de financiën en de cantatediensten moesten onder de aandacht van het publiek worden gebracht. Helaas was het door ziekte en overlijden ook een aantal keren nodig om nieuwe mensen bij de organisatie te betrekken. Onvermoeibaar heb je aan deze taken je energie besteedt. En met succes. Want inmiddels lijkt het vanzelfsprekend dat er elk jaar in Leiden zes cantatediensten plaats vinden. Vanzelfsprekend is het dus zeker niet, ondanks de blijvende waarde van de monumentale Pieterskerk en Hooglandse kerk, ondanks de tijdloze muziek van Bach en ondanks de eeuwigheidswaarde van de verkondiging. Resultaten worden pas bereikt als mensen zich op een goede manier inzetten voor deze waarden, zoals jij hebt gedaan. Met steun van de aanwezigen zullen het bestuur en alle andere betrokkenen zich inspannen om de cantatediensten op deze wijze nog vele jaren voort te zetten. Onze grote dank voor wat je sinds de oprichting voor de cantatediensten hebt betekend, wil ik nu tot slot zichtbaar maken door je namens het bestuur een cadeau te overhandigen.

Bronnen:

http://jan.ucc.nau.edu/tas3/cothen.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Johann_Sebastian_Bach

Dankwoord door Ad Alblas

Ik bedank U bezoekers van de cantatediensten, voor uw toewijding en aanhoudende belangtelling. U musici voor vakmanschap en inspanning om de muziek doorleefd te verklanken, zodat die raakt. Organisten, Leo van Doeselaar, Erik van Bruggen, Joop Brons, Theo Visser en Bert Mooiman voor de begeleiding van samenzang en orgelsoli. Dank aan de initiatiefnemers: Ton Boon, toen directeur van de Pieterskerk, Liesbeth Prins vanuit de Leidse koren, de overleden Gerard Akkerhuis, muzikaal adviseur. Dank aan allen die dit initiatief financieel mogelijk maken, de Stichting Pieterskerk, waarbij ik de naam van de overleden Bram Kret noem en met alle eerdere en huidige bestuurders die van de huidige directeur Frieke Hurkmans. Dank aan het College van Kerkrentmeesters van de Protestantse Gemeente Leiden voor het beschikbaar stellen van mijn werkkracht voor dit initiatief en het gebruik van de Hooglandse Kerk. De hoofdsponsors bouwbedrijf Burgy en Drukkerij Van der Linden, en de vele privé-sponsors en u die doneert aan de collecte. Dank aan de Stichting, in de loop van de jaren bemenst door muzikaal adviseurs, na de al vermelde Gerard Akkerhuis, de inmiddels ook overleden Jaap Hillen, opgevolgd door Piet Kiel jr. en die weer door Gilles Michels. Dank aan de leden die de organisatie van dit initiatief droegen. Ik noem onze overleden secretaris/penningmeester  Lenie de Geus. Verder haar opvolger penningmeester Koos Favier en inmiddels Peter Kranenburg. Als secretaris Adri van Luyk en nu Jitske Visser. En de voorzitters de al genoemde Bram Kret, Ton Boon, Wim Molenkamp en de huidige Huib Kruijt.  Ik sluit met de woorden waarmee ik begon: ‘U hebt mij gemaakt tot wie ik ben. Ik ben zo gelukkig dat ik dit voor en met u heb mogen doen!



 

 

 

Programma

29 oktober 2017 19.00 uur Pieterskerk
J.S. Bach, Cantate BWV 38
“Aus tiefer Not schrei Ich zu dir”
Kamerkoor Collegium Musicum o.l.v. Gilles Michels
Charlotte Povel, sopraan
Anna Vlot, alt
Adrian Fernandes, tenor
Liturg: ds. Leo de Leeuw, Den Haag


26 november 2017 19.00 uur Pieterskerk
J.S. Bach, Cantate BWV 236
“Mis in G”
William Byrd Vocaal Ensemble o.l.v. Nico van der Meel
Pauline van der Meer, sopraan  
Annelies Korff de Gidts, alt
Robert Buckland, tenor
Matthew Baker, bariton
Liturg: ds. Arie Kooijman, Leiden


31 december 2017 17.00 uur Hooglandse Kerk.
Lothar Zumbach von Koesfeld:
Motet “O Altitudo”
Instrumentaal ensemble o.l.v. Bert Mooiman
Pauline Doolaard, sopraan
Berend Eijkhout, bariton
Liturg: ds. Klaas Holwerda, Amsterdam-West


28 januari 2018 19.00 uur Hooglandse Kerk.
J.S. Bach, Cantate BWV 144
“Nimm, was dein ist, und gehe hin”
Amici della Musica koor en orkest o.l.v. Frank de Groot
Tanja Obalski, sopraan
Pierrette de Zwaan, alt
Marc van Heteren, tenor
Liturg: ds. Charlotte van der Leest, Den Haag


25 februari 2018 19.00 uur Hooglandse Kerk
J.S. Bach, Cantate BWV 127
“Herr Jesu Christ, wahr' Mensch und Gott”
Leids Cantate Consort o.l.v. Johannes Gierl
Liturg: ds. Leo de Leeuw, Den Haag

15 april 2018 19.00 uur Pieterskerk
J.S. Bach, Cantate BWV 12
“Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen”
Con Amore o.l.v. Bernhard Touwen
Musici van Collegium Musicum
Esther Kuiper, mezzosopraan
Seil Kim, tenor
Bert van de Wetering, bariton